Veilig autorijden in de bergen - Wat moet u weten?

Dit moet u weten om veilig in de Zwitserse Alpen te rijden

Deel deze pagina op Facebook Deel deze pagina op Google+ Deel deze pagina op Twitter Print deze pagina

Autorijden in de bergen vraagt wel enige behendigheid.

In de bergen rijden

Afgezien van de basisverkeersregels is er meer wat u moet weten om veilig op bergwegen te rijden. U moet uw reis voorbereiden, de speciale voorrangsregels kennen, de snelheid van uw voertuig beheersen op hellingen, goed opletten en uw snelheid aanpasen als dat nodig is.

De reis voorbereiden

Veel paswegen zijn in de winter gesloten. Hiervoor zijn geen vaste data, aangezien de sneeuwval bepaalt hoe lang de wegen onbegaanbaar zijn. Het is niet ongewoon dat hogere passen tot juni gesloten blijven. Alternatieven voor gesloten passen zijn autotreinen, een omweg, of de hele reis per trein maken. Sommige passen zijn te smal of steil voor aanhangers en caravans, en voor sommige wordt het afgeraden om een aanhanger of caravan mee te nemen. Zorg ervoor dat uw auto in uitstekende staat is. Zorg ook voor genoeg brandstof om het volgende dorp te bereiken, want er zijn vaak geen benzinestations op de passen.

U kunt gebruik maken van Google Maps om routes en reistijden te vinden. Houd in gedachten dat de aangegeven tijd zonder pauzes ​is, en dat reizen op andere wegen dan snelwegen langer kan duren dan wordt ingeschat.

Voorkom een oververhitte motor en let op de remmen

Het is belangrijk om de trekkracht van de motor optimaal te gebruiken bij het stijgen. Dit betekent dat u later naar een hogere versnelling schakelt dan op een vlakke weg, om zo een hoog toerental (3000 - 4000 toeren/min) te houden. De snelheid van het voertuig houdt u om veiligheidsredenen betrekkelijk laag. Uitgaande van een auto met 5 versnellingen is het meestal voldoende om alleen versnelling 1 t/m 3 te gebruiken.

Ook bij het dalen gebruikt u een lage versnelling en een hoog toerental. U kunt vaak dezelfde versnelling gebruiken ​als tijdens het stijgen. De weerstand van de motor wordt op deze manier gebruikt om te voorkomen dat de snelheid te hoog oploopt. Dit spaart de remmen, omdat die nu niet continu gebruikt hoeven te worden. Als de snelheid toeneemt gebruikt u een lagere versnelling en drukt u een paar keer de rem rustig in. Het gaspedaal is tijdens de afdaling nauwelijks nodig. Rijd nooit met de versnelling in de neutrale stand. In de meeste auto's met automatische versnelling kunt u de standaard D-stand gebruiken. Op lichte hellingen kan het nodig zijn om een lage versnelling te kiezen om te voorkomen dat de auto te snel schakelt. In dergelijke gevallen moet u stand 1 of 2 of de bergversnelling gebruiken.

Stop als de auto aangeeft dat de motor of de remmen te warm zijn. Een onaangename geur kan ook een indicatie zijn dat er is mis is. Als dit gebeurt, hebt u waarschijnlijk een verkeerde versnelling gebruikt. U kunt de verwarming aanzetten om energie aan de motor te onttrekken. Bij het stijgen kan het helpen om de airconditioning uit te schakelen zodat alle energie beschikbaar is voor de motor.

Lees altijd eerst de handleiding van uw auto!

Pas uw rijstijl aan

Goed rijden in de bergen heeft alles met veiligheid te maken. Het vereist een aangepaste rijstijl. Bergwegen kunnen smal zijn, met veel scherpe bochten en passages langs diepe ravijnen. Een vangrail of hek is meestal wel aanwezig, maar die is niet altijd ontworpen om daadwerkelijk een voertuig tegen te houden. Ook zult u de weg met fietsers, voetgangers en soms vee moeten delen. Dat is niet altijd zo, maar u moet zich ervan bewust zijn dat u hen plotseling kunt tegenkomen. Geconcentreerd rijden is dus noodzakelijk.

Uw zicht kan worden geblokkeerd in bochten met rotswanden of bomen langs de weg, dus de snelheid moet daar laag liggen. Soms is er een spiegel om om de hoek te kijken. U kunt het beste afremmen voor de bocht, en niet pas in de bocht. Eenmaal in de bocht geeft u wat gas om de tractie te verbeteren. Let erop dat u rechts blijft rijden, vooral in buitenbochten. Sommige mensen hebben de neiging om naar de binnenkant van de bocht te sturen, wat ernstige ongelukken kan veroorzaken met tegenliggers.

Obstakels op de weg

Niet alleen auto's gebruiken de bergwegen. Pas op voor fietsers, wandelaars, vee en puin. Vooral fietsers in tunnels kunnen erg gevaarlijk zijn. Het inhalen van dalende fietsers is meestal niet nodig, omdat ze op zijn minst net zo snel zijn als auto's. Blijf wel op een ruime afstand. Bestuurders van langzame voertuigen helpen soms door met een kort signaal met hun rechter knipperlicht te laten zien dat u veilig kunt inhalen. U kunt dat zelf ook doen als er snellere chauffeurs achter u rijden. Achteropkomend verkeer kunt u zonodig waarschuwen door het alarmlicht in te schakelen. Stop niet op plaatsen met puin op de weg, omdat dit op een verhoogd risico wijst dat er meer puin naar beneden komt.

Op smalle wegen met weinig zicht kan het zinnig zijn om tegemoet komend verkeer te waarschuwen dat u er aan komt. Overdag mag u toeteren, en 's nachts kunt u lichtsignalen gebruiken. Overmatig toeteren is niet toegestaan, en in dorpen en steden mag het ook niet.

Voorrangsregels

Stijgend verkeer voorrang heeft op dalend verkeer, omdat dalende voertuigen gemakkelijker weer kunnen optrekken na een stop. Op smalle wegen moet dalend verkeer dus ruimte maken voor stijgend verkeer. Een postbus heeft altijd voorrang, ook als de bus daalt en u stijgt. Voor bochten toeteren postbussen vaak om aan te kondigen dat ze eraan komen. Het is de bedoeling dat u ruim voor de bocht stopt omdat een bus op een smalle weg de hele weg in beslag neemt. Laat veel ruimte vrij als u fietsers inhaalt, en gebruik uw knipperlicht.

Tunnels

Bergwegen hebben soms onverlichte tunnels. Controleer of uw lichten zijn ingeschakeld, doe uw zonnebril af en pas uw snelheid aan. Tunnels zijn vaak koud en vochtig dus er kan wat water naar beneden vallen.

Op een helling parkeren

U kunt een aantal dingen doen om veilig op een helling te parkeren. Gebruik in elk geval de handrem en zet de auto in de eerste versnelling. Als de helling erg steil is kunt u een steen achter de wielen leggen en het stuur draaien zodat de auto niet ver kan rollen.

Wat te doen als de remmen weigeren

Dit zal niet snel gebeuren bij een goed onderhouden auto, maar het is niet onmogelijk. Probeer te vertragen door de remmen steeds kort in te drukken en los te laten, of druk één keer heel hard op de rem. Trek alleen aan de handrem als de weg niet glad of nat is, anders verliest u de controle over het voertuig. Forceer desnoods de versnelling in stand 1 of 2 zonder de koppeling te gebruiken. Hierdoor kan er op de weerstand van de motor worden geremd. Ook kunt u een omhooggaande zijweg of weide inrijden, of de auto tegen een rotswand schrapen om te vertragen.

© MySwissAlps.com 2002-2016