De geschiedenis van Zwitserland
Kies een van de onderstaande categorieën of scroll naar beneden om alles te lezen:
De ontwikkeling van Zwitserland
Het hedendaagse Zwitserland
Voor zover bekend waren de Neanderthalers de eerste bewoners van het gebied dat nu Zwitserland heet. Dit was tussen 20.000 en 4.000 v.Chr. Er zijn werktuigen van hen gevonden in het kanton Neuchâtel, in het westen van Zwitserland. Later werden de eerste bergpaden aangelegd waardoor kleine handelsstromen op gang kwamen. In de 1e eeuw v.Chr. verplaatsten groepen Kelten zich vanuit het huidige Zuid-Duitsland naar het huidige Zwitserland. Deze stam staat ook wel bekend als de Helvetii. Uiteindelijk bereikten zij gebieden van de Romeinen. Het Romeinse leger van Caesar zorgde er in 58 v.Chr. voor dat zij zich moesten terugtrekken tot in Zwitserland. In 15 v.Chr. stichtten de Romeinen hier hun provincie Helvetia.
|
|
Het Romeinse amfitheater in Avenches.
|
|
Foto:
PicSwiss. |
Gedurende de eerste twee eeuwen van de jaartelling werden de Kelten opgenomen in de Romeinse beschaving. Er heerste vrede en vooruitgang. De eerste paswegen werden geopend, waaronder de Julier-, Splügen- en Oberalppas. Verder werden er verschillende steden gesticht, zoals Augst (bij Basel) en de toenmalige hoofdstad Avenches (bij het Lac de Morat tussen Bern en Lausanne).
In het jaar 260 kwam er een einde aan de vrede toen de Germaanse Alemannen vanuit het huidige Duitsland het Romeinse rijk binnentrokken. De Alpen werden tijdelijk een soort 'grensprovincies' onder militaire bezetting. Rond het jaar 400 waren de Romeinen genoodzaakt om de Alpen verlaten. De Alemannen slaagden er echter niet in om Rhätia (het huidige Graubünden) te veroveren. De Rhätische Romeinen die hier leefden hadden zich tevens in delen van het huidige Oostenrijk gevestigd en verzetten zich hevig tegen de Alemannen. Zij slaagden erin hun gebied te behouden en leefden lange tijd zeer autonoom. In deze tijd onstond de taal Rheteromaans die in Graubünden nog steeds wordt gesproken. Het westen werd wel door de Alemannen bezet en hier gingen uiteindelijk de christelijke Bourgondiërs leven die de taal Latijn overnamen van de Romeinen. In het zuiden voltrok zich een soortgelijk proces.
Vanaf deze periode ontstonden de 4 talen die ook nu nog in Zwitserland worden gesproken. Het noorden was door de Alemannen rond het jaar 900 compleet Duitstalig geworden. In het westen evolueerde het zogenaamde 'vulgair Latijn' in een Frans dialect. Het zuiden hield vast aan het Latijn dat langzaam overging in een Italiaans dialect. In het op zichzelf staande Graubünden bleef men Rheteromaans spreken.
In 534 werd het gebied van de Bourgondiërs en de Alemannen veroverd door de Franken, waarna verschillende Frankische geslachten achtereenvolgens de macht in het gebied overnamen. Het gebied maakte uiteindelijk deel uit van een groot keizerrijk dat door het verdrag van Verdun in 843 werd verdeeld in Oost-Francië (Duitsland), West-Francië (Frankrijk) en Midden-Francië (een groot deel van het huidige Zwitserland). Later kregen de machthebbers van Oost- en West-Francië het voor het zeggen in Midden-Francië. Aan het einde van de 9e eeuw ontstond het koninkrijk Hoog-Bourgondië waartoe West-Zwitserland en het Franse departement Savoie behoorden. In 1032 werd dit gebied door de Duitse keizer veroverd. Zijn macht werd echter steeds kleiner en de macht van de hertog van Savoie werd steeds groter. In het noorden en oosten kwam de macht steeds meer in handen van een aantal families. Later kreeg een deel van dit gebied de Oostenrijkse familie Habsburg als machthebber. Dit stuitte op veel weerstand en na de dood van de keizer van Habsburg grepen enkele regio's de kans om een verbond te sluiten en onafhankelijk te worden. Op 1 augustus 1291 vormden de kantons Schwyz, Unterwalden en Uri de Schweizerische Eidgenossenschaft (eedgenootschap). Dit feit bleek later de basis te zijn voor de huidige staat Zwitserland en dit wordt nog elk jaar gevierd.
Tussen 1332 en 1353 traden de kantons Luzern, Zürich, Glarus, Zug en Bern toe tot het eedgenootschap, waardoor er een confederatie van 8 kantons ontstond. Deze confederatie doorstond diverse aanvallen van de Savoie en Bourgondië, dat opnieuw was opgebloeid. Men kreeg de neiging zelf naar uitbreiding te streven en dat lukte. In 1513 behoorde zelfs Milaan tot de confederatie en ook het huidige kanton Ticino. Met Genève en Graubünden was een bondgenoodschap gesloten.
In 1515 werd de confederatie verslagen door de Fransen en de Venetianen. Deze gebeurtenis leidde tot een nieuwe doelstelling: de expansie werd niet langer nagestreefd en men verklaarde zichzelf tot neutrale staat. Dit werd vastgelegd in een 'eeuwigdurend' verdrag met de Fransen en dit is nog steeds de basis voor de politieke neutraliteit van het hedendaagse Zwitserland.
De Reformatie startte in Zwitserland vanuit Zürich. In 1550 begon het verzet van de katholieken. Jaren van verdeeldheid volgden, waarbij katholieke en protestante kantons elkaar hardhandig bestreden. Toen de katholieken in 1712 voor het eerst werden verslagen zorgde de Vrede van Aarau voor vrijheid van religie en een verdeling van de macht tussen de katholieke en de protestante kantons.
Tussen 1700 en 1800 begon de industrialisatie waarbij in het noorden en oosten de textielindustrie een belangrijke plaats innam, en in het westen de uurwerkenindustrie. Zwitserland werd het meest geïndustrialiseerde land van het vasteland van Europa. In deze periode leverden wetenschappers als Albrecht von Haller belangrijk werk. Hij was arts, dichter en professor in de anatomie, chirurgie en botanie. Daniel Bernoulli en Leonhard Euler onderzochten de stromingsleer van vloeistoffen, en ontwikkelden de eerste methode om de bloeddruk te meten.
De neutraliteit van Zwitserland bleef gehandhaafd tot 12 januari 1798, toen het leger van Napoleon de Zwitserse Jura in het westen binnentrok. Om een directe route Parijs - Milaan te kunnen realiseren waren de Fransen erg geïnteresseerd in de Zwitserse Alpenpassen. De Zwitsers waren echter geen makkelijk volk om mee te onderhandelen en in 1803 besloten de Fransen het leger weer terug te trekken. Er traden 6 nieuwe kantons toe tot de confederatie. In 1815 volgden nog 3 kantons en werd in een verdrag vastgelegd dat de kantons binnen de confederatie een grote mate van zelfstandigheid genoten.
Het verdrag leidde tot grote onduidelijkheid waarbij de verschillende talen en godsdiensten de situatie alleen maar ingewikkelder maakten. In 1845 begon een economische crisis gevolgd door een plantenziekte die in heel Europa de aardappeloogsten deed mislukken. Uiteindelijk ontstond in 1847 weer een oorlog die door de protestante generaal Dufour werd gewonnen. In 1848 werd de Zwitserse staat opgericht. Het is daarmee de oudste staat ter wereld na de Verenigde Staten. De nieuwe grondwet voorzag in het recht van vrije vestiging, dezelfde rechten voor bijna alle godsdiensten en vrijheid tot het aangaan van samenwerkingsverbanden. De voorloper van de beroemde Zwitserse postbus, de paardenpostkoets, werd in 1849 in gebruik genomen.
De democraten kwamen in 1869 aan de macht en zorgden ervoor dat de bevolking voortaan kon stemmen over de samenstelling van de regering en het aannemen van wetsvoorstellen.
De aanleg van spoorwegen en de ontwikkeling van de scheepvaart maakten het voor omringende landen makkelijker om goedkoop graan vanuit andere landen dan Zwitserland te importeren. Hierdoor ontstond een moeilijke situatie voor de Zwitserse landbouwsector. De verliezen werden gecompenseerd door het oprichten van een samenwerkingsverband voor de export van melkproducten zoals chocolade, gecondenseerde melk en kaas. Ook ontstonden naast de bestaande textiel- en uurwerkindustrie in korte tijd chemische fabrieken en machinefabrieken. Snel transport werd steeds noodzakelijker voor de export van alle producten. Tussen 1865 en 1885 werd het aantal spoorlijnen meer dan verdubbeld met als hoogtepunt de opening van de Gotthardtunnel in 1880. De paardenpostkoetsen werden vanaf 1906 vervangen door postbussen.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog tussen 1914 en 1918 bleef Zwitserland neutraal. Er waren echter veel meningsverschillen tussen de diverse bevolkingsgroepen. Dienstplichtigen werden gemobiliseerd en dat had gevolgen voor het inkomen van de bevolking. Bovendien verdubbelden de voedselprijzen. In deze periode ontstond ook een verschuiving van de industriële sector naar de dienstensector, die tegenwoordig ook nog erg belangrijk is.
Zwitserland is ook niet direct bij de Tweede Wereldoorlog tussen 1939 en 1945 betrokken geweest. Duitsland liet duidelijk weten de culturele diversiteit van Zwitserland niet te waarderen. Sommige Zwitserse politici neigden naar verzoeningspolitiek met de Nazi's. Journalistieke weerstand tegen de Nazi's werd aan censuur onderworpen, en het toelaten van vluchtelingen werd op verzoek van de Duitsers sterk beperkt. Het land benadrukte zijn mogelijkheden zichzelf te verdedigen om zo een aanval te voorkomen. Hiertoe werden de dienstplichtigen gemobiliseerd. Het lukte Zwitserland met veel moeite om ook nu weer neutraal te blijven.
 |
|
De Zwitserse regering is gevestigd in het Bundeshaus in Bern.
|
|
Foto:
PicSwiss. |
Het welvarende Zwitserland mag in veel opzichten een voorbeeld worden genoemd voor andere landen. Er zijn vergaande maatregelen ter bescherming van het milieu en leefklimaat, de dienstensector is kwalitatief uitstekend, er is moderne industrie, een prima transportsysteem en de bevolking heeft veel invloed op politieke beslissingen zoals de aanleg van grote infrastructurele werken. Op andere gebieden komt men echter pas laat tot keuzes die in omringende landen al veel eerder gemaakt zijn. Zo besloot de bevolking pas in 1971 tot stemrecht voor vrouwen. De 500 jaar eerder gemaakte keuze voor neutraliteit en onafhankelijkheid maakte ook dat een ruime meerderheid van de bevolking zich in 1986 uitsprak tegen het lidmaatschap van de UN (United Nations). Het land accepteerde wel actieve deelname aan speciale bureau's en programma's van de UN. Een resultaat hiervan was bijvoorbeeld dat het Europese hoofdkwartier van de UN in Genève gevestigd werd. Een kleine meerderheid van de bevolking besloot in 1992 om ook geen lid te worden van de EEA (European Economic Area). In maart 2001 werd dit door 77% van de bevolking nog eens bevestigd. Wel sloot Zwitserland zich in 1960 aan bij andere landen die niet streefden naar een Europa met een centraal politiek bestuur. Dit gebeurde in de EFTA (European Free Trade Assocation) waar ook Noorwegen, IJsland en Liechtenstein deel van uitmaken. Ook het streven naar een Europese munteenheid wordt niet door Zwitserland gedeeld, en voorlopig houdt men vast aan de Zwitserse frank terwijl alle omringde landen inmiddels de euro gebruiken.
Zwitserland telt tegenwoordig 26 kantons: Aargau, Ausser-Rhoden, Basel-Landschaft, Basel-Stadt, Bern, Fribourg, Genève, Glarus, Graubünden, Inner-Rhoden, Jura, Luzern, Neuchâtel, Nidwalden, Obwalden, Sankt Gallen, Schaffhausen, Schwyz, Solothurn, Thurgau, Ticino, Uri, Wallis, Vaud, Zug en Zürich. In alle kantons samen zijn er maar liefst 2880 gemeenten (peildatum 1 januari 2001). Dit aantal neemt wel af door het fuseren van gemeenten. De hoofdstad is Bern in het gelijknamige kanton.
|
|
De Zwitserse kantons. De kantons Bern, Wallis en Graubünden vormen de aandachtsgebieden van deze website.
|
De industrie richt zich voornamelijk op hoogwaardige technieken en weinig op massaproductie. Belangrijke sectoren zijn de microtechnologie, de biotechnologie en de farmacie. Ook de dienstverlening is een grote bron van inkomsten. Het bank- en verzekeringswezen neemt hier een belangrijke plaats in, en ook de toeristische sector. Bijdragen aan de wetenschap zijn niet beperkt gebleven tot de 18e eeuw. Ook tegenwoordig wordt er nog belangrijk wetenschappelijk onderzoek verricht. Een recent voorbeeld wordt geleverd door Kurt Wüthrich, die in december 2002 als 21e medewerker van de ETH (Eidgenössische Technische Hochschule Zürich) een Nobelprijs won. Deze sporttrainer en wetenschapper ontwikkelde een methode om moleculen te analyseren waarmee het mogelijk is om prioneneiwit te onderzoeken, de veroorzaker van BSE (gekke koeienziekte). Zwitserland is tevens een belangrijk doorvoerland voor personen en goederen tussen Noord- en Zuid-Europa. Er zijn weinig werklozen (2% van de beroepsbevolking in 2000).
|
|
Uiteindelijk toch lid van de United Nations.
|
|
Foto:
Keystone. |
De Zwitserse neutraliteit is opnieuw onderwerp van discussie. Op 1 januari 2002 trad een bilateraal akkoord in werking tussen Zwitserland en de EU (European Union) waardoor veel hindernissen in de handel tussen de betrokken landen werden opgeheven. In maart 2002 mocht de bevolking zich opnieuw uitspreken over deelname aan de UN (United Nations). Deze keer volgde 55% van de stemmers het advies dat president Kaspar Villiger had gegeven om voor het lidmaatschap te stemmen. Op 11 september 2002 mocht de UN haar 190e lid verwelkomen en werd de Zwitserse vlag toegevoegd aan de vlaggen voor het hoofdkantoor van de UN in New York. President Villiger verklaarde dat Zwitserland als neutraal lid van de UN zal handelen, altijd in overeenstemming met de wensen van de Zwitserse bevolking maar wel in het belang van mondiale solidariteit. "We zijn geen eiland op deze planeet", aldus de president. Sinds 5 juni 2005 is er zicht op verdere verbetering van de internationale samenwerking omdat 55% van de Zwitsers voor deelname aan het verdrag van Schengen stemde. Zwitserland kan daarmee de controle aan de landsgrenzen gaan beperken omdat de omliggende landen al deelnemen aan Schengen en de buitengrenzen streng worden gecontroleerd. Zwitserland zal toegang krijgen tot de centrale database van Schengen, waarin gegevens over personen- en goederenverkeer binnen de deelnemende landen worden opgeslagen. Politie en justitie zullen beter kunnen samenwerken met collega's in omliggende landen. Het wordt op deze manier eenvoudiger om internationaal opererende criminelen in Zwitserland op te sporen, en dat komt ook de binnenlandse veiligheid ten goede. De actieve deelname aan Schengen start waarschijnlijk in 2008.
|